21 mei 2012

Dromen

Een korte video over ons werk hier die een tijdje terug gemaakt is door een kerk die druk met ons bibliotheek project bezig is. Maar er zijn prachtige beelden te zien van het werk hier en een klein beetje te horen over de dromen van de kinderen. Kijk mee!

10 mei 2012

Supermaan

Een paar dagen geleden scheen er hier een: ‘supermaan’. De maan was veel groter en scheen vele malen feller dan normaal. Toen ik hiervan hoorde, pakte ik natuurlijk gelijk mijn camera en ik bereidde mij voor om dit moment vast te leggen. Hieronder kunnen jullie de foto’s zien die ik van deze ‘supermaan’ genomen heb boven onze geliefde sloppenwijk!
Geniet ervan!



9 mei 2012

Luzeiro – 20 jaar in de favela Cafezal!



Eind april is de 20ste verjaardag van Luzeiro gevierd. Het was een groot feest, waar medewerkers, mensen die het project steunen, mensen uit de wijk en vrienden samen konden vieren wat God allemaal heeft gedaan door dit werk heen. De organisatieteam bestond uit medewerkers, studenten van de FCD, familie van de studenten en medewerkers uit andere huizen van YWAM. Zo’n feest voorbereiden is veel werk: er moest veel eten worden gemaakt, spelletjes worden klaar gezet en het huis moest worden versierd. Alle hulp was dus welkom.


Ongeveer 200 mensen hebben deel genomen aan dit feest. Hele families zijn gekomen en hebben het goed naar hun zin gehad met alle spelletjes en lekker eten. Zelfs de volwassenen deden mee met de spelletjes en hebben er ook erg van genoten. Het idee van het feest was, dat juist de mensen uit de wijk zouden komen om deze belangrijke dag met ons te vieren. In deze 20 jaar zijn er veel mensen naar Luzeiro gekomen en deze zijn ook erg gezegend door het werk. Zowel de mensen uit de wijk als de medewerkers en vrijwilligers zijn erg veranderd door het werk.


We bidden dat God Zijn wil en Zijn werk blijft doen hier op Luzeiro en in de wijk Cafezal. We weten dat veel mensen hard hebben gewerkt om dit huis te maken wat het vandaag is, maar natuurlijk is de enige echte verantwoordelijke voor al de zegeningen, de groei, de veranderede levens en alles wat er is gebeurd door dit werk heen, God! We zijn Hem dankbaar voor deze 20 jaar waar Hij de deuren van Luzeiro open heeft gehouden. 

De video hebben we tijdens het feest laten zien, en laat getuigenissen zien van mensen die hier wonen, en foto's van ons grote feest:


Aan het eind van het feest vertelde Felipe, de leider van Luzeiro, dat de reden van de bestaan van dit huis is dat God zoveel van ieder persoon van de sloppenwijk houdt en dat Hij een plan heeft voor hun levens. Felipe ging ook voor in gebed, wat gevolgd werd door ‘parabéns pra você’ (lang zal ze leven) wat gezongen werd door alle aanwezigen. Zoals gebruikelijk was er ook bij dit verjaardagsfeestje, aan het eind een heerlijk stuk taart voor iedereen.


Iedereen ging naar huis, blij dat ze deel hadden genomen aan dit leuke feest en dankbaar voor het 20 jarig bestaan van Luzeiro.


4 jan. 2012

3 jan. 2012

Jongenskamp!



Rond een uur of 9, als ik begin te werken, staan er al meerdere jongens voor de poort. ‘Wanneer begint het nou?’ Vragen ze ongeduldig. Met enige moeite lukt het me ze ervan te overtuigen dat het echt pas om 3 uur begint en dat ze er niet eerder in mogen. Ja, want voor 25 jongens was het afgelopen week een droomweek. Al vaak hebben we de kinderen hier horen zeggen hoe graag ze wel niet op Luzeiro zouden willen wonen, en nu hadden deze jongens de kans om hier 6 dagen op kamp te komen. Ze waren er helemaal ondersteboven van. Zeker op de eerste dag was het duidelijk dat ze nauwelijks wisten waar ze zouden beginnen…  Sommige renden naar het zwembad. Anderen hadden al een bal te pakken en renden rond op het sportveld. Weer anderen zaten in de speeltuin… Het was heel gezellig druk. Natuurlijk waren er ook serieuze momenten bij, met een kort woord, of een tijdje zingen maar de jongens genoten met volle teugen. De eerste avond konden we ze nog tot in de kleine uurtjes horen spoken, terwijl ze al lang op bed moesten liggen, maar dat hoort natuurlijk bij en kamp. Het was jammer dat het flink regende tijdens de week en dus moesten ze zich ook vaak binnen weten te vermaken, met spelletjes als Uno, maar ook dat ging erg goed. Op zondagochtend keken we met zijn allen enthousiast naar de wedstrijd tussen de spaanse club FC Barcelona en het Braziliaanse Santos. De jongens wisten allemaal wel wie hun favoriet was, Neymar, de grote belofte van het Braziliaanse voetbal. Jammer genoeg voor ze won Barcelona, maar ze hebben er van genoten.

Voor ons was dit de laatste activiteit in 2011, en ondertussen is 2012 al begonnen. We wensen u een gelukkig en gezegend nieuw jaar toe! 

25 dec. 2011

Kerstgroet


Jesaja 9:5 en 6: "Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten." 

Prettige Kerstdagen en een Gezegend Nieuwjaar!

24 dec. 2011

Nieuwsbrief december 2011

Hallo allemaal,

Onze nieuwsbrief is alweer te downloaden via 4shared. Mocht u hem nog niet via de email ontvangen, en dat wel zou willen, neem dan contact met ons op en we sturen hem u voortaan graag toe.



http://www.4shared.com/office/p-NtLhgQ/Nieuwsbrief_december_2011.html

We wensen u prettige kerstdagen en een gezegend nieuwjaar toe!

Tijs en Kelly

18 dec. 2011

Vierde Adventzondag - Over Beloftes en Verwachting


Volgens de kerkelijke kalender, die veel kerken volgen wereldwijd, zijn dit de teksten die dit jaar tijdens het advent gelezen worden:

Toen de koning zijn intrek had genomen in het paleis en de HEER hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen, zei de koning tegen de profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout, terwijl de ark van God in een tent staat.’ ‘Doe wat uw hart u ingeeft,’ antwoordde Natan, ‘de HEER staat u immers terzijde.’  Maar diezelfde nacht richtte de HEER zich tot Natan:  ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen?  Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel.  Overal heb ik met de Israëlieten rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de herders van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een huis van cederhout te bouwen?”  Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden.  Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde.  Ik heb aan mijn volk Israël een gebied toegewezen. Daar heb ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas woonde  en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen.” (2 Samuel 7:1-11)

Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.” (2 Samuel 7:16)

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’  Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.  Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken.  Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.  Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.  Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap,  want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.” (Lucas 1:26-38)

Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,  heilig is zijn naam. Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.  Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,  maar rijken stuurt hij weg met lege handen.  Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:  hij herinnert zich zijn barmhartigheid  jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’” (Lucas 1:46-55)

Een kunstig lied van de Ezrachiet Etan. Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen, van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht. Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand, uw trouw hebt u in de hemel gevestigd. ‘Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten, aan mijn dienaar David gezworen: Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen, uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.’”(Psalm 89:1-4)
Aan de HEER danken wij ons schild, aan de Heilige van Israël onze koning. Ooit hebt u in een visioen gesproken tot uw getrouwen en gezegd: ‘Ik heb hulp geboden aan een held, een jongen uit het volk verheven. In David vond ik een dienaar, ik zalfde hem met heilige olie. Mijn hand geeft hem steun,  mijn arm maakt hem sterk, geen vijand zal hem overvleugelen,  geen boosdoener hem bedwingen,  zijn belagers zal ik voor zijn ogen verslaan,  zijn haters vermorzelen. Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem, door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.   Zijn linkerhand leg ik op de zee, zijn rechterhand op de rivier.” (Psalm 89:19-26)

Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen – aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen” (Romeinen 16:25-27)

We zijn bij de laatste advent zondag aangekomen, de vierde zondag, van de tijd van afwachten, en, in dubbele zin zelfs, verwachting. Maar waar wachten we nu eigenlijk op? “De onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is,” zoals de tekst in Romeinen het zegt. Het is erg jammer dat Kerstmis steeds meer een “Kermis”  wordt, met Kerstmannen, rendieren en cadeautjes. Het is een Coca Cola dag, een dag voor consumptie…  We zien het wonder niet meer in de zwangerschap van Maria (velen vragen zich zelfs af of het wel echt maagdelijk was…), we verbazen ons niet meer dat er geen ruimte voor hen was in de herberg, of de geboorte van de Baby in een stal, liggend in de kribbe. Daar kennen we het verhaal te goed voor. We hebben liever een boom, versieringen, een mooi cadeau…

Niets tegen hoor, daar niet van. Er is niets fouts in de boom of cadeautjes (ja, ik heb de verhalen ook al tientallen keren gehoord over de zogenaamde heidense oorsprong ervan, maar ik heb hier de ruimte niet om daar allemaal op in te gaan, ik heb er zelfs in elk geval niets tegen.)  Maar we mogen nooit vergeten dat dit niet centraal staat bij kerstmis. We hebben het de laatste weken over Johannes de Doper gehad, al probeerde hijzelf zoveel mogelijk uit beeld te blijven. Ja, want Johannes begreep wie er centraal moest staan. Johannes herinnert ons er steeds weer aan. Nee, ik niet, niet mijn doop, maar Hij, en Zijn doop! Johannes spreekt telkens van Diegene waarvan hij de sandalen nog niet los zou mogen knopen (Jo. 1:26-27), en van Zijn doop.  

En dat is het geheim dat we tijdens de Advent afwachten. Het komen van Hem, van wie een grote profeet als Johannes de Doper niet waardig is de sandalen te ontknopen. En gedurende deze vierde zondag lezen we over  hoe Zijn moeder wonderlijk zwanger raakt. De Zoon des mensen, de Zoon van David (Rm. 1:3), de Zoon van God.

Het is interessant te lezen dat dit al aan het begin van Maria`s verhaal met de engel gezegd wordt, dat Hij de Beloofde Zoon van David is. De David waar een paar van de andere verzen die we gelezen hebben ook over gaan. David, de grote koning van Israel, hij die zelfs een man volgens Gods hart genoemd wordt. Maar wat zeggen deze verzen? God herinnert David aan de waarheid:  “Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde.” Ja, David was een grote koning, maar een koning die niets gedaan zou hebben zonder de macht van God. Hij is een mens, en al zijn succes heeft maar één Reden, maar één Oorzaak: God. David was een zondig mens. Hij heeft bijvoorbeeld Psalm 51 geschreven, die in het latijn de miserere genoemd wordt, en waar David toegeeft dat hij een zondaar is, en altijd al is geweest.  

Maar ook hebben we van Gods belofte aan die zelfde David gelezen: “Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.” De Heer belooft dat de troon en het koninkrijk voor eeuwig zullen bestaan. Waarom? Omdat David nou zo goed en heilig is? Nee! Alleen door Gods genade.  

Al neemt Hij het idee van David, om een tempel te bouwen, niet aan, toch belooft God aan David een eeuwig koningshuis. De vervulling van dit Woord van God, met basis op de belofte van God aan de aartsvaders, wordt waar in Jezus Christus, de grootste Nakomeling van David. Al kort na David begint men deze belofte als messiaans te zien (Is. 9:7; Jr. 33;14-26; Mi. 5:1-5). En zelfs al is Israel en het huis van David ontrouw aan de Heer, toch faalt het Woord van de Heer niet. Dat wordt herdacht in Psalm 89, als de psalmschrijver zegt: “Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten, aan mijn dienaar David gezworen: Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen, uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.

En kijk nu naar hoe de engel Maria benadert: “Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.” En even later hetzelfde idee: “Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken”.Door genade (en dus niet om iets  in Maria zelf, zoals de katholieken zeggen) wordt Maria uitgekozen om moeder te zijn van Jezus. Ze is begenadigd, ze ontvangt een gunst van God, Hij heeft haar uitverkoren in Zijn plan.
God heeft steeds meer van Zichzelf laten zien tijdens het Oude Testament. Dat is heel duidelijk in de verbonden van God met zijn volk. Tot het op dit punt uitkomt op het moment dat God zelf op aarde komt, de Koning is aangekomen, op een ongelofelijke, verassende manier.  

Niet voor niets begint Maria, als ze begrijpt om Wie het hier gaat, spontaan een loflied te zingen, wat later bekent zou worden als het Magnificat, wat het eerste woord van het lied in het Latijn is. Het gezang lijkt erg op het lied van Hanna, in 1 Samuel 2:1-10. Aan het eind van het lied komt ze uit op het feit dat de geboorte van deze Zoon de vervulling van het verbond van God met Abraham is. Paulus herhaalt dit later in zijn brief aan de Galaten: “Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.”  

Laten we het ware centrum van het Woord van God herinneren: Christus, waar we de geboorte van volgende week zondag zullen overdenken. Tot dan wachten we af!

12 dec. 2011

Derde Advent Zondag - De Identiteit van Jezus, Johannes en die van ons


We zijn al bij de derde advent zondag, en voor deze zondag stonden er enkele interessante teksten op de kalender:

 “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis;

om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten,

om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.” (Jesaja 61:1-4)

Want Ik, de HERE, heb het recht lief. Ik haat onrechtmatige roof, Ik zal hun stipt hun loon geven en een eeuwig verbond met hen sluiten.

En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de HERE gezegend heeft.

Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit.

Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here HERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken.” (Jesaja 61:8-11)  

Toen de HERE de gevangenen van Sion deed wederkeren,
waren wij als degenen die dromen.
Toen werd onze mond vervuld met lachen,
onze tong met gejuich.
Toen zeide men onder de heidenen:
De HERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
De HERE heeft grote dingen bij ons gedaan,
wij waren verheugd.
HERE, wend ons lot
als beken in het Zuiderland.
Wie met tranen zaaien,
zullen met gejuich maaien.
Hij gaat al wenende voort,
die de zaadbuidel draagt;
voorzeker zal hij komen met gejuich,
dragende zijn schoven. (Psalm 126)  

Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u. Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad. En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.”  (1 Tessalonicenzen 5:16-24)

Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht.” (Johannes 1:6-8)

En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf? Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft. En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet? Johannes antwoordde hun en zeide: Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. Dit geschiedde te Betanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.” (Johannes 1:19-28)

Johannes en Jezus, dankzij hun boodschap die zich schokte met de traditionele religie van de Israëlieten, moesten beiden de vraag horen van de religieuze autoriteiten en ook van het volk: “Wie bent u?” (Johannes 1:19), “Wie is deze man?” (Mat. 21.10).

Het is interessant hoe de introductie van het evangelie van Mattheus over de identiteit van deze twee mannen gaat. Al gaat het vooral over de vleeswording van het Woord, spreekt de tekst al gauw over Johannes de Doper en zijn missie: Johannes is “van God gezonden” en is gekomen “als getuige om te getuigen van het licht.” (Joh. 1:6-8).

Aangetrokken door zijn boodschap, kwamen er vele mensen naar Johannes luisteren, uit Judea, maar ook uit Jeruzalem en zelfs uit andere landen. De religieuze leiders in Jeruzalem hoorden hiervan en waren bezorgd, want de gelovigen gingen nu allemaal achter Johannes aan, wat niet goed was voor de reputatie en voorrechten van deze mannen, Dus stuurden ze mannen om polshoogte te nemen, om Johannes uit te vragen. Later zouden ze hetzelfde met  Heer Jezus doen. (Mc. 7.1).
      
Als antwoord aan degene die hem uit vraagde, weigert Johannes zichzelf een messiaans karakter te geven, maar identificeert zich als degene die Hem voor zou gaan, als Jesaja gezegt had (Js. 40.3). Hij zegt dat zijn doop zal worden vervult door iemand “van wie gij niet weer... die na mij komt.”

Johannes erkent wie hij is  en wie hij niet is. Hij erkent dat hij niet het centrum van alles is, maar dat er Iemand is die veel  groter dan hem is, die zowel de oorzaak als het doel van zijn werk is.

De woorden van Johannes worden door Jezus vervuld, als deze zich, aan het begin van zijn werk, laat zien als degene die de Geest heeft (Mt. 3:13-17, Mc. 1.9-11, Lc. 3:21-22, Jo. 1:29-34), en die het goede nieuws aan de armen doorgeeft, de gevangen vrijlating geeft, en de gerechtigheid op doet komen (Js. 61, Lc. 4). Hij is degene die ons, als gevangenen doet wederkeren en onze mond vervult met lachen (Psalm 126). Zijn Geest geeft ons vreugde, maakt ons bidden, geeft ons liefde in dankbaarheid (1 Ts. 5). 

De Advent is de tijd om te erkennen wie Jezus is. De tijd om te erkennen dat Hij de Messias, de Koning, de Heer, het Centrum, Alles is in de schepping en in de verlossing.  De tijd om onze identiteit te erkennen, te zien dat we niet het centrum van de wereld zijn, en niet mogen zijn ook.  De tijd om te erkennen dat als het niet van Hem, door Hem en voor Hem is, het niets waard is. De tijd om uit te rusten in het feit dat hij de geliefde Zoon is, en dat we alleen in Hem onze werkelijke identiteit, roeping en hoop hebben. Hij is de Bron waar we uit komen, de Rivier waarin we stromen, en de Zee waarin we uiteindelijk aankomen!